Deze website maakt gebruik van cookies
om het gebruiksgemak te verbeteren Accepteren Meer informatie

Normalisering van de ambtenaar

Op 8 november 2016 was het zover; de Eerste Kamer gaf groen licht  aan de Wet normalisering rechtspositie van de ambtenaren (Wnra) . Op 20 januari 2017 informeerde Minister Plasterk de Tweede Kamer over het implementatietijdpad. Kort en goed komt het er op neer dat de Wnra, tegelijk met alle invoerings- en aanpassingswetgeving (die ook weer door de Tweede en Eerste Kamer moeten worden aangenomen), met ingang van 1 januari 2020 in werking treedt.

Van aanstelling naar arbeidsovereenkomst en van Awb naar Rv

Het gevolg van de Wnra is dat zoveel mogelijk ambtenaren een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht krijgen en daarmee onder het private arbeidsrecht gaan vallen zoals onder andere opgenomen in boek 7, titel 10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en de wet op de Collectieve Arbeidsovereenkomst (wet CAO). Voor het procesrecht gaat het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) gelden.
Naar mijn mening is, afgezien van de operatie, het eerste een niet al te grote verandering. Met de komst van de Wet Werk en Zekerheid is het private arbeidsrecht in zekere zin, vanwege de in het BW opgenomen benoemde ontslaggronden, verambtelijkt; dus over hen die zich met de ambtelijke rechtspositie reglementen bezighouden een redelijk bekend speelveld. Dat is wel anders voor het procesrecht. Van de procesgemachtigden wordt verwacht dat zij zich de totaal andere procedures en procesmores van het Rv eigen maken. De vertrouwde gang naar de bestuursechter en de Centrale Raad van Beroep, na de interne bezwaarprocedure, wordt vervangen door de verzoekschrift- en dagvaardingsprocedure bij de kantonrechter, hoger beroep bij de Gerechtshoven en cassatie bij de Hoge Raad. Overigens is niet uit te sluiten dat in de Wnra-setting toch wordt voorzien in een interne bezwaarprocedure; de invoeringsfase zal dit leren.

Alle ambtenaren zijn gelijk, maar sommigen zijn minder gelijk dan anderen

Voor zo’n 600.000 mensen in overheidsdienst verdwijnt de ambtelijke aanstelling. De titel ambtenaar, op te nemen in de nieuwe Ambtenarenwet,blijft bestaan voor allen die vanaf 1 januari 2020, op basis van een arbeidsovereenkomst, werkzaam zijn bij een overheidswerkgever. Er komen zelfs ambtenaren bij; namelijk zij die reeds nu bij een overheidswerkgever werken op basis van een arbeidsovereenkomst. Denk bijvoorbeeld aan de medewerkers van de Nederlandse Bank, de Svb, het UWV of het CBR.
Ook de speciale regels, die nu eenmaal verbonden zijn met het werkzaam zijn in overheidsdienst, blijven bestaan. Deze regels worden zoveel mogelijk  samengebracht in de nieuwe Ambtenarenwet (die dus ook blijft bestaan). Denk aan de verplichte eed/belofte aflegging, de geheimhoudingsverplichting, het verbod op aannemen van giften en de meldingsplicht/verbod op het verrichten van sommige nevenwerkzaamheden.
Een aantal groepen wordt uitgezonderd van de Wnra en krijgt geen arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, maar behoudt (voor zover van toepassing) de ambtelijke aanstelling (bijvoorbeeld omdat geen sprake is van ondergeschiktheid, een belangrijk kenmerk van de arbeidsovereenkomst).  Voor hen verandert er ook niets in het procesrecht; de gang naar de bestuursrechter blijft de aangewezen procesrechtelijke route bij een onwelgevallig besluit of feitelijke handeling.
Zij die tot deze groepen behoren worden ook niet geduid als ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet. Het gaat, zonder volledig te willen zijn, om de volgende groepen:

  • alle politieambtenaren (ongeacht of ze blauw zijn);
  • alle defensie ambtenaren;
  • de rechterlijke macht (zowel de staande als de zittende magistratuur);
  • notarissen en gerechtsdeurwaarders en
  • politieke ambtsdragers o.a. ministers en B&W, Eerste en Tweede Kamer leden en andere leden van de Hoge Colleges van Staat.

Werk aan de winkel

Deze initiatief wet leidt tot veel werk voor de regering, want het complete invoeringstraject hebben zij wijselijk aan de regering over gelaten, die de eerste slag al heeft moeten leveren met de vakbonden die zich buitenspel gezet hebben gevoeld. Inmiddels heeft het Gerechtshof als hoogste feitelijke instantie de vorderingen van de ambtenarencentrales afgewezen (ECLI:NL:GHDHA:2016:3858).
Een eerste inventarisatie heeft duidelijk gemaakt dat er zo’n 100 wetten in formele zin moeten worden aangepast met behulp van invoerings- en aanpassingswetten. Ook moet er regelgeving worden gemaakt voor de uitgezonderde groepen. Daarnaast moeten lagere overheden en onderwijswerkgevers aan de bak om hun regelgeving aan te passen en is het gewenst dat voor die tijd ook de ambtelijke arbeidsvoorwaardenregelingen als ARAR en CAR-UWO zijn “omgevormd” tot CAO’s. Naast al deze juridisch theoretische zaken zullen ook de handen uit de mouwen moeten voor (bij- en om-)scholing en voorlichting van personeelsfunctionarissen, management en personeel.
Mocht een en ander nu niet helemaal op tijd klaar zijn, is voorzien in overgangsrecht; onder andere  op het terrein van de arbeidsvoorwaarden. Middels de fictie dat oude rechtspositieregelingen blijven gelden, voor zover deze niet botsen met dwingendrechtelijke bepalingen in het BW, als ware het een CAO, wordt arbeidsvoorwaardelijke chaos voorkomen. Op het terrein van het procesrecht is bepaald dat op besluiten en feitelijke handelingen die zijn bekendgemaakt, of verricht voor de inwerkingtreding van de Wnra en lopende procedures, het oude materiële ambtenarenrecht en de Awb van toepassing blijven.

Wij informeren u binnenkort over de wijze waarop wij u bij het transitieproces van aanstelling naar arbeidsovereenkomst kunnen ondersteunen.

 


Gerelateerde artikelen

Abonneer u op de nieuwsbrief

En ontvang ons laatste nieuws.