Deze website maakt gebruik van cookies
om het gebruiksgemak te verbeteren Accepteren Meer informatie

Loondoorbetaling bij ziekte: wat gaat er veranderen?

Het plan uit het regeerakkoord om de loondoorbetalingsplicht bij ziekte voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers), te verkorten van twee naar één jaar is van de baan. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een kamerbrief op 20 december 2018 maatregelen aangekondigd die het voor kleine werkgevers makkelijker, duidelijker en goedkoper maken om het loon bij ziekte door te betalen.

Met name kleine werkgevers ervaren zowel de verplichting om (70% van) het loon van zieke werknemers 104 weken door te betalen, als ook de re-integratieverplichtingen om de zieke werknemer terug te laten keren in het arbeidsproces, als zwaar. Mede hierdoor zijn (vooral kleine) werkgevers terughoudend met het aanbieden van vaste contracten aan werknemers.

Minister Koolmees heeft samen met werkgeversorganisaties (MKB-Nederland, VNO-NCW en LTO Nederland) en het Verbond van Verzekeraars afspraken gemaakt over ziekte en re-integratie. De afspraken zijn vooral bedoeld om de (kleine) werkgever te ontlasten, maar gelden ook voor (middel)grote werkgevers (zie ook het nieuwsbericht van de Rijksoverheid). Het gaat om de volgende afspraken:

MKB-verzuim-ontzorg-verzekering
Er komt per 1 januari 2020 een ‘MKB-verzuim-ontzorg-verzekering’, waardoor kleine werkgevers optimaal ontzorgd worden. Intentie van deze verzekering is, naast de dekking van het financiële risico, het helpen van de kleine werkgever bij de verplichtingen en taken rondom de loondoorbetaling bij ziekte. De verzekering is ‘poortwachterproof’, waardoor een eventuele loonsanctie (indien de adviezen van de verzekeraar zijn opgevolgd) niet voor rekening van de werkgever komt. De afspraken zijn vastgesteld in een kaderconvenant over het verzekeringsaanbod, de werkgeversorganisaties hebben daarnaast met de verzekeraars een productconvenant gesloten.

Premiekorting loondoorbetaling
Met ingang van 2021 ontvangen alle werkgevers een tegemoetkoming voor de kosten van loondoorbetaling via een ‘loonbetalingskorting’ op de premieheffing van in totaal 450 miljoen euro. Deze korting betreft een vast bedrag per werkgever. Omdat ruim 90% van de werkgevers minder dan 25 werknemers in dienst heeft, komt deze korting vooral ten goede aan de kleine werkgevers , die dit bedrag kunnen aanwenden voor een goede verzekering. Het is de bedoeling om de premiekorting uiterlijk per 2024 te vervangen door het invoeren van een gedifferentieerde Aof-premie (Arbeidsongeschiktheidsfonds), waarvan vooral kleinere werkgevers zullen profiteren.

Medisch advies van de bedrijfsarts wordt leidend bij de re-integratieverslagtoets (RIV-toets)
Voorafgaand aan de claimbeoordeling WIA (na 104 weken ziekte) toetst het UWV, aan de hand van de werkwijzer poortwachter, de re-integratie-inspanningen van werkgever en werknemer zoals die zijn vastgelegd in het re-integratieverslag (de RIV-toets). Bij deze toets wordt vastgesteld of werkgever en werknemer hun verplichtingen in het kader van de Wet verbetering poortwachter zijn nagekomen. Medische vragen of onduidelijkheden worden voorgelegd aan de verzekeringsarts van het UWV; het medisch oordeel van de verzekeringsarts kan afwijken van het advies van de bedrijfsarts, waardoor de werkgever die het advies van de bedrijfsarts heeft gevolgd toch een loonsanctie opgelegd kan krijgen, wat als onredelijk wordt ervaren.
Per 1 januari 2021 wordt daarom het medisch advies van de bedrijfsarts bij toetsing van de re-integratie inspanningen leidend. Het re-integratietraject wordt immers op basis van dit advies in gericht. Door deze maatregel kan niet langer een loonsanctie op medische gronden aan de werkgever worden opgelegd, als de werkgever (de plichten op grond van) het medisch advies van de bedrijfsarts opvolgt. Vanaf 2021 wordt de RIV-toets volledig uitgevoerd door de arbeidsdeskundigen van het UWV.

Transparantie rondom loondoorbetaling verbeteren
De transparantie over het thema loondoorbetaling bij ziekte moet worden verbeterd, zodat het voor werkgevers helderder wordt waar het UWV hen op beoordeelt bij de re-integratie van zieke werknemers. De minister gaat met het UWV in gesprek.

Grip op het tweede spoor
Werkgevers krijgen meer grip op het ‘tweede spoor’, waarbij werknemers niet terugkeren bij de eigen werkgever maar re-integreren bij een andere werkgever. Aangezien werkgevers onder de nieuwe maatregelen mogen vertrouwen op het advies van de bedrijfsarts, krijgen zij meer zekerheid over de inzet van de werknemer in het tweede spoor. De werknemer krijgt een grotere rol doordat hij in het plan van aanpak en de eerstejaarsevaluatie zijn visie op het re-integratietraject moet geven.

Naast bovenstaande maatregelen wordt ruimte geboden voor experimenten met als doel inzichtelijk te maken wat wel en wat niet werkt bij spoor twee re-integratie. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het eerder kunnen inzetten van de ‘no-riskpolis’. De no-riskpolis is een re-integratie-instrument dat onder meer geldt voor werknemers met een functionele beperking, arbeidshandicap of die een WIA-uitkering hebben. De no-riskpolis houdt in dat een werkgever, de eerste vijf jaren, niet de (volledige) loonkosten hoeft te dragen die hij moet maken als de betreffende werknemer uitvalt wegens ziekte (vanuit de ziektewet ontvangt de werkgever 70% van het (maximum) dagloon).

Gerelateerde artikelen

De wijzigingen in de Arbowet

In onze praktijk is opgevallen dat de recente wijzigingen van de Arbowet (officieel de Arbeidsomstandighedenwet), die de positie van werknemers versterkt, nog maar matig bekend is. Wij proberen daar met deze bijdrage iets aan te doen.
Per 1 juli 2017 is de Arbowet gewijzigd. De vernieuwde Arbowet betrekt werkgevers en werknemers meer bij gezondheid en veiligheid op de werkvloer; waarbij de nadruk ligt op preventie.

Abonneer u op de nieuwsbrief

En ontvang ons laatste nieuws.