Deze website maakt gebruik van cookies
om het gebruiksgemak te verbeteren Accepteren Meer informatie

Ondernemingsraad vist achter het net

Ondernemingskamer bepaalt hernieuwd dat besluiten die onder het politieke primaat vallen niet vatbaar zijn voor beroep; zelfs niet als de OR uitdrukkelijk  en onvoorwaardelijk om advies is gevraagd ten aanzien van zo’n besluit (Gerechtshof Amsterdam 19 november 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4890).

 

De gemeenten Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel willen een intergemeentelijke samenwerking in een Shared Service Organisatie opzetten. Zij gaan daarvoor een Gemeenschappelijke Regeling oprichten waarin een aantal bedrijfsvoeringstaken gezamenlijk wordt uitgeoefend voor deze gemeenten. Een dergelijk besluit (voornemen) valt onder het politieke primaat (artikel 46d van de WOR); dus een aangelegenheid waarover de ondernemingsraad niets te zeggen heeft.

Niettemin besluit de WOR-bestuurder om advies te vragen aan de ondernemingsraad. De ondernemingsraad geeft een negatief advies, dat de WOR-bestuurder en de ondernemer uiteindelijk naast zich neer leggen. De OR gaat in beroep.  De Ondernemingskamer overweegt dat als de gemeente Diemen, zonder enig voorbehoud (onverplicht) advies heeft gevraagd, alsof artikel 25 WOR van toepassing is, dat niet tot gevolg heeft dat de ondernemingsraad tegen dit besluit toch met vrucht beroep kan instellen.

De “eens gegeven, blijft gegeven” regel, zoals die blijkt uit vaste rechtspraak van de Ondernemingskamer, geldt niet voor die besluiten die onder artikel 46d onder b WOR vallen.  De “eens gegeven, blijft gegeven” regel houdt in dat wanneer een ondernemer, zonder voorbehoud, advies aan de OR heeft gevraagd, de voorschriften van het adviesrecht, inclusief beroepsprocedure, daarop van toepassing zijn. Toepassing van deze regel in een geval als nu beslecht, zou er immers toe (kunnen) leiden dat een democratisch genomen besluit, waaraan een politieke afweging ten grondslag ligt, alsnog wordt onderworpen aan rechterlijke toetsing, terwijl artikel 46d aanhef en onder b WOR dat nu juist wil voorkomen (vgl. HR 8 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1139 (De Mirandabad) en de daarin aangehaalde jurisprudentie van de Hoge Raad).

De omstandigheid dat de WOR-bestuurder onverplicht advies heeft gevraagd over een besluit dat vanwege het primaat van de politiek aan medezeggenschap is onttrokken, kan er daarom niet toe leiden dat besluitvorming van democratisch gelegitimeerde organen aldus kan worden doorkruist door medezeggenschap van werknemers. Een andere opvatting zou bovendien leiden tot het ongerijmde resultaat dat, indien de Ondernemingskamer de gemeente Diemen zou verplichten tot intrekking of ongedaan making van het besluit, de vrijheid van het college van B&W en de gemeenteraad, om zelfstandig de voor- en nadelen van het besluit af te wegen, wordt aangetast.

De Ondernemingskamer komt met dit oordeel terug van de andersluidende opvatting die ten grondslag ligt aan OK 9 februari 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BV7331 (OR gemeente Middelburg).

LinkedIn 7272

Gerelateerde artikelen

Abonneer u op de nieuwsbrief

En ontvang ons laatste nieuws.