Deze website maakt gebruik van cookies
om het gebruiksgemak te verbeteren Accepteren Meer informatie

VAR, BGL, Zekerheid vooraf, of nog wat anders?

Opdrachtgevers en ZZP’ers zijn zo langzamerhand de kluts kwijt over de inhoud van de verandering die, in het kader van de fiscale toetsing van hun relatie, op hun afkomt. Blijft de VAR gehandhaafd, worden het vragenlijsten die door beiden moeten worden ingevuld in een webmodule (BGL) of wordt het het op 20 april 2015 gepresenteerde alternatief van “zekerheid vooraf” op basis van door de Belastingdienst vooraf “goedgekeurde” modellen van Overeenkomsten Van Opdracht?

En wanneer gaat dit nu gelden; dit jaar nog (1 juli of 1 oktober 2015), of wordt het toch volgend jaar (1 januari 2016)? Wie het weet, mag het zeggen!
Eén ding is wel zeker. In de tussentijds behoudt de oude vertrouwde VAR-verklaring zijn geldigheid. Ook kan de good old VAR-verklaring nog steeds bij de Belastingdienst worden aangevraagd door een startende ZZP’er, of als de feiten, waarvoor eerder een VAR is afgegeven, zijn veranderd door iedere andere ZZP’er.

Wat wel duidelijk is, is dat op niet al te lange termijn de VAR-verklaringen echt verdwijnen, maar of daar nu de aanpassingen op grond van de wet Beschikking geen Loonheffingen (BGL) voor in de plaats komen, of het alternatief zoals de Staatssecretaris van Financiën dat op 20 april 2015 heeft gepresenteerd is nog niet duidelijk. Wat ook duidelijk is, is dat, links om of rechtsom, de politieke doelstellingen van het kabinet overeind blijven: verbetering van de handhaving door de Belastingdienst en herstel van de balans in verantwoordelijkheden van opdrachtgevers en zzp’ers.

Vrijwaring loonheffing

Essentie in alle drie de systemen (VAR, BGL en “zekerheid vooraf”) is dat aan de opdrachtgevers en zzp’ers vooraf duidelijkheid wordt gegeven ten aanzien van de vraag of er loonheffing moet worden afgedragen door de opdrachtgever. Indien er, in overeenstemming met de werkzaamheden zoals beschreven in de VAR, BGL, of de vooraf goedgekeurde Overeenkomst Van Opdracht (OVO), wordt gewerkt, is de opdrachtgever gevrijwaard voor wat betreft de afdracht van loonheffing. Ook geldt dan, omdat er geen sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking, geen verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen. Deze vrijwaring zegt niets over de Inkomstenbelasting status van de opdrachtnemer, daarover hierna meer.

Overeenkomsten Van Opdracht

Het alternatief van de goedgekeurde Overeenkomsten van Opdracht betreft een aanpassing van het wetsvoorstel Beschikking geen Loonheffingen (BGL), ten gevolge van kritiek van onder andere werkgevers- en werknemersorganisaties, belangenorganisaties van ZZP’ers en de Tweede Kamer op het wetsvoorstel BGL. Het alternatief werkt als volgt. Belangenorganisaties van opdrachtgevers, of opdrachtnemers, maar ook individuele opdrachtgevers of opdrachtnemers leggen hun Overeenkomsten Van Opdracht vooraf ter toetsing voor aan de Belastingdienst die daarover een oordeel kan geven. Partijen kunnen hieraan zekerheid ontlenen omtrent de loonheffing.
De Belastingdienst maakt, in geanonimiseerde vorm en met instemming van de betrokkenen, de beoordeelde overeenkomsten openbaar op hun website, zodat deze ook door andere sectorale of individuele opdrachtgevers en –nemers kunnen worden gebruikt.

Vanwege de sectorale aspecten en door grote opdrachtgevers voorgehouden OVO’s kan het gaan om gedetailleerde OVO’s; details die mogelijk niet van belang zijn voor kleinere (MKB) opdrachtgevers en –nemers, die slechts incidenteel iemand inhuren. Om ook hen zekerheid te bieden ontwikkelt de Belastingdienst ook voor deze groep enkele voorbeeld OVO’s die zijn ontdaan van de overbodige franje en waaraan deze partijen een gelijke zekerheid kunnen ontlenen.
De belastingdienst streeft ernaar om nog in oktober 2015 een bibliotheek van zo’n 40 “goedgekeurde” Overeenkomsten Van Opdracht op de website te hebben staan. Dat aantal moet oplopen naar uiteindelijk zo’n 60 modellen. Het is de bedoeling om het systeem van “zekerheid vooraf” vanaf 1 januari 2016 operationeel te hebben.
Net als bij de VAR-verklaringen geldt ook bij het systeem van “zekerheid vooraf” op basis van de voorbeeld OVO’s, dat geen loonheffing hoeft te worden afgedragen of voldaan, uitsluitend als de arbeid ook daadwerkelijk wordt verricht overeenkomstig de inhoud van de Overeenkomst van Opdracht.

Gedacht wordt aan een vrijwaringstermijn van vijf jaar, onder voorbehoud van wijziging van wet-, regelgeving of rechtspraak gedurende die vijf jaar , hetgeen er toe kan leiden dat een (voorbeeld)overeenkomst voor de toekomst wordt ingetrokken.

Inkomstenbelasting, premie werknemers- en volksverzekeringen

Het gebruik maken van een voorbeeld OVO vrijwaart alleen voor de afdracht van loonheffing en zegt niets over de inkomstenbelasting positie van de zzp’er/opdrachtnemer. Daar gelden eigen spelregels voor. Er worden geen uitspraken gedaan over een eventueel ondernemerschap van de opdrachtnemer (zzp’er) er kunnen dus ook geen gevolgen aan worden verbonden voor wat betreft de fiscale ondernemersfaciliteiten (zelfstandigenaftrek, startersaftrek en MKB-vrijstelling).

In beginsel wordt de zzp’er geacht geen werknemer te zijn voor de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet. Een aanvraag voor een WW-uitkering wordt, in beginsel, afgewezen door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Dat komt slechts anders te liggen als de zzp’er er in een arbeidsrechtelijke procedure bij de Kantonrechter in slaagt om aan te tonen dat, ondanks de inschatting van de Belastingdienst, toch sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Dit is voor de Belastingdienst in elk geval het signaal om de betwiste OVO voor de toekomst in te trekken.
De opdrachtnemer kan (eventueel met terugwerkende kracht) een uitkering verwerven. Daarnaast kan de opdrachtnemer worden geconfronteerd met handhavend optreden van de Belastingdienst voor wat betreft de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, doordat zijn inkomen bij de aanslag inkomstenbelasting als loon wordt gekwalificeerd.
Afhankelijk van de feiten die tot het hiervoor geduide rechterlijke oordeel hebben geleid, kan dat ook gevolgen hebben voor de opdrachtgever. Het vertrouwensbeginsel verzet zich in beginsel tegen een naheffingsaanslag loonheffing, tenzij er feitelijk niet conform de OVO is gewerkt. In dat geval liggen correctieverplichting en een naheffing loonheffing op de loer, maar ook een verplichting om alsnog de, dan ten onrechte, niet afgedragen premies werknemersverzekeringen af te dragen. Voor de laatste bieden VAR, BGL en de “zekerheid vooraf” sowieso geen vrijwaring.

Bron: rijksoverheid.nl, Kamerbrief 20 april 2015

Abonneer u op de nieuwsbrief

En ontvang ons laatste nieuws.