Deze website maakt gebruik van cookies
om het gebruiksgemak te verbeteren Accepteren Meer informatie

Strafontslag en toch WW-uitkering? Kan (nie) waar zijn! Duur foutje

Bij zeer ernstig plichtsverzuim krijgt een ambtenaar strafontslag (ontslag op staande voet) en soms, zoals op kerstavond 2014 blijkt, zelfs een WW-uitkering. Feiten bekend? Overheidswerkgevers moeten voortvarend doorpakken anders wordt het strafontslag alsnog een duur ontslag.

Op 24 december 2014 oordeelt de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter in ambtenarenzaken en sociale zekerheidszaken, dat een politieman die strafontslag had gekregen toch recht heeft op een WW-uitkering. De uitkering werd toegekend omdat het ruim 3,5 maand had geduurd vanaf het moment dat de feiten vaststonden (8 september 2010) voordat het strafontslagbesluit werd bekendgemaakt (28 december 2010).

Niet in geding was dat de feiten die tot het ontslag hebben geleid in objectieve zin een dringende reden opleveren. Het strafontslag zelf is dan ook in stand gebleven.
De politieman werd verweten dat hij ontuchtige handelingen met de dochter van zijn ex-vriendin had gepleegd. Ook stelde hij zich ten opzichte van vrouwelijke collega’s niet respectvol op door seksistisch gedrag. Tenslotte had betrokkene zich, ten opzichte van een kapster, niet gedragen als een waardig vertegenwoordiger van het korps, door haar niet correct, zakelijk en professioneel tegemoet te treden.

In geschil was uitsluitend de vraag of voor het beëindigen van de aanstelling een zodanige voortvarendheid is betracht, dat aan het ontslag ook een subjectieve dringende reden ten grondslag ligt. De Raad oordeelde dat dat niet het geval was. Zelfs niet als rekening wordt gehouden met het feit dat er in ambtelijke organisaties enige tijd kan verstrijken voordat (definitieve) rechtspositionele stappen kunnen worden gezet. Met name niet omdat er geen gebruik is gemaakt van de mogelijkheid om een dergelijk ontslag onmiddellijk ten uitvoer te leggen (hetgeen bij de politie zelfs een beleidsuitgangspunt is). Evenmin was gebruik gemaakt van de signaalwerking die uitgaat van het gebruik van de bevoegdheid om de ambtenaar, gedurende de tijd die nodig is voor het onderzoek, te schorsen. Ook werkte in het nadeel van de politie dat er 28 dagen waren verstreken tussen het tot stand komen van het concept ontslagbesluit en de ondertekening daarvan. Uit dit geheel blijkt niet dat de werkgever er alles aan was gelegen om de aanstelling op zo kort mogelijke termijn te beëindigen. Daarom is er is geen sprake van voortvarend handelen, zodat een subjectieve dringende reden ontbreekt.

Gevolg: het UWV heeft ten onrechte een WW-uitkering geweigerd, omdat geen sprake is van verwijtbare werkloosheid in de zin van artikel 24 WW. Kortom, de politie moet met terugwerkende kracht tot de ontslagdatum (3 januari 2011), een WW-uitkering toekennen. Op grond van de leeftijd van betrokkene kan dat om een uitkering voor 32 tot 38 maanden gaan, die de politie, als eigenrisicodrager, zelf uit gemeenschapsgeld moet betalen. Uit de rechtspraak is ons bekend dat (semi) overheidswerkgevers met enige regelmaat deze dure fout maken.

Bron: rechtspraak.nl, ECLI:NL:CRVB:2014:4388

Abonneer u op de nieuwsbrief

En ontvang ons laatste nieuws.