Deze website maakt gebruik van cookies
om het gebruiksgemak te verbeteren Accepteren Meer informatie

De revival van de draaideur bij de Rijksoverheid en een gevoelige overstap naar ander werk

Met ingang van 10 oktober 2016 is voor de Rijksoverheid, op grond van de Gedragscode Integriteit Rijk 2016, het stringente draaideurbeleid geschrapt en nieuw beleid geformuleerd voor een gevoelige overstap naar ander werk. Per deze datum is het weer mogelijk om voormalige ambtenaren, na het eindigen van hun aanstelling, als externe krachten in te huren; zelfs voor het werk wat zij, ten tijde van hun aanstelling, ook deden. In een nieuw stukje beleid doet de code een beroep op ambtenaren die een gevoelige overstap kiezen voor een andere werkgever of ondernemerschap.

Hoe zat het ook al weer?
Een draaideurconstructie is een constructie waarbij een voormalig ambtenaar onmiddellijk, of kort na zijn ontslag door zijn voormalige ambtelijke werkgever wordt ingehuurd om opnieuw (dezelfde) werkzaamheden te verrichten, bijvoorbeeld via een (eigen) extern adviesbureau. Door deze handelswijze wordt al snel de sfeer van vriendjespolitiek, oneerlijke concurrentie, of schijn van belangenverstrengeling opgeroepen. De draaideurconstructie wordt gezien als een gevaar voor het integer functioneren van de overheid.

Om dit te voorkomen gold voor de sector Rijk dat wanneer een ambtenaar ontslag nam, deze gedurende twee jaar, na zijn ontslag, op geen enkele manier als externe opdrachtnemer mocht worden ingehuurd door het desbetreffende ministerie om werkzaamheden te verrichten. Hij mocht evenmin gedurende deze periode bij de uitvoering betrokken worden van overeengekomen werkzaamheden van een bureau waaraan hij zich had verbonden.

Van deze regel kon alleen worden afgeweken indien, in het kader van een beëindiging van een aanstelling, afspraken met de ambtenaar waren gemaakt om, na zijn ontslag, nog gedurende een bepaalde tijd werkzaamheden voor het ministerie te verrichten teneinde de overstap naar een nieuwe functie te vergemakkelijken.

Hoe wordt het?
Per 10 oktober 2016 is dit stringente beleid geschrapt. Vanaf nu is het, ook voor voormalige ambtenaren, mogelijk om eerlijk mee te dingen naar opdrachten. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met mogelijke imagoschade voor de overheid ten gevolge van de inhuur van een voormalige ambtenaar. Eerlijke concurrentie is het uitgangspunt en (de schijn van) belangenverstrengeling en vriendjespolitiek moet worden voorkomen.

Imagoschade kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer het werk door een voormalige ambtenaar wordt gedaan, die met een vertrekpremie de rijksoverheid heeft verlaten, die via de achterdeur weer als externe wordt binnengehaald om hetzelfde werk te doen. Ook ligt gevoelig het opnieuw binnenhalen van voormalige ambtenaren voor hetzelfde werk tegen flink hogere kosten. In die gevallen dient de inkopende ambtenaar extra alert te zijn en zal hij de inhuur goed moeten kunnen uitleggen en verantwoorden. Kan dit niet, vraag dan geen offerte aan. Beide voorbeelden roepen, al dan niet terecht het beeld op van een geld verspillende overheid.

Een ander aandachtspunt is het op voorhand werk gunnen aan iemand, bijvoorbeeld in het kader van een vertrekregeling. Ook in zo’n geval mogen geen uitzonderingen worden gemaakt op de regels. Je kunt niet zomaar werk toebedelen aan iemand die je kent. De keuze moet altijd op objectieve gronden worden gemaakt en onderbouwd en het grensbedrag voor één-op-één gunning mag niet worden overschreden.

Afkoelingsperiode bij een gevoelige overstap naar ander werk; een nieuw stuk beleid.

In uitzonderlijke gevallen kan sprake zijn van een gevoelige overstap vanuit de rijksdienst naar ander werk, omdat daar integriteitsrisico’s aan verbonden zijn. Te denken valt aan een overstap vanuit een kwetsbare functie naar werk dat als nevenfunctie meldingsplichtig, of zelfs verboden zou zijn. Er is sprake van een kwetsbare functie als door het uitoefenen van die functie integriteit snel in het geding kan komen. Voorbeelden van specifieke functies met een extra integriteitsrisico zijn vertrouwensfuncties, toezichthoudende functies, of opsporingsfuncties en functies in het bredere domein van veiligheid, rechtshandhaving of rechtspraak. Meer in het algemeen gaat het om functies waarin de ambtenaar extra zichtbaar is, waarin wordt gewerkt met gevoelige informatie, waarin langdurig bepaalde externe contacten worden onderhouden, zoals met bepaalde leveranciers, of waarin iemand gelijktijdig over hetzelfde onderwerp betrokken raakt bij zowel advisering als controle. Er is sprake van een kwetsbare ambtenaar als er, los van de functie, omstandigheden zijn die maken dat integriteit snel in het geding kan komen, bijvoorbeeld omdat de ambtenaar gevoeliger is voor chantage. De ambtenaar kan kwetsbaar zijn als hij financiële problemen heeft, lijdt aan een verslaving, bepaalde privécontacten heeft (denk daarbij ook aan partner en familieleden), een liefdesrelatie heeft op het werk, of als hij bepaalde nevenwerkzaamheden vervult. Ook als de ambtenaar zelf, of zijn naaste familie in verband kan worden gebracht met wetsovertredingen, ben je als ambtenaar kwetsbaar.

Meldingsplichtig zijn die nevenwerkzaamheden die, in relatie tot de ambtelijke functievervulling, de belangen van de overheid (het dienstbelang) kunnen raken, bijvoorbeeld vanwege overeenkomsten met de ambtelijke betrekking, door gebruikmaking van hetzelfde netwerk en/of functionele kennis en vaardigheden, het imago van de nevenwerkzaamheid, het tijdbeslag wat de nevenwerkzaamheid legt (denk aan de samenloop met Arbeidstijdenwet) en het verkrijgen van de nevenwerkzaamheid juist omdat je een bepaalde ambtelijke functie bekleedt. In principe maakt de ambtenaar zelf uit of hij, ja dan neen een melding doet. Bij twijfel verdient het aanbeveling de nevenwerkzaamheid te bespreken met de leidinggevende en/of een vertrouwenspersoon. Verboden nevenwerkzaamheden zijn die werkzaamheden die het goed functioneren als ambtenaar, of de dienst (inzetbaarheid, beschikbaarheid, imago) in de weg staan. Deze nevenwerkzaamheden kunnen niet worden opgepakt, of moeten zelfs worden gestaakt.

Zoals hiervoor blijkt kunnen de belangen van de overheid botsen met de belangen van een (voormalig) ambtenaar om een nieuwe functie te kunnen aanvaarden in dienst of als zelfstandige. Om problemen voor te zijn, kan een afkoelingsperiode helpen. Hiermee wordt bedoeld dat voorafgaand aan de overstap al een bepaalde afstand wordt genomen ten opzichte van de ambtelijke functie. Door afspraken te maken over bijvoorbeeld de opzegtermijn, de toegang tot bepaalde informatie, of de taken en verantwoordelijkheden die de ambtenaar nog heeft tot het moment van overgang. Wederzijds kunnen ook afspraken worden gemaakt om een persoonlijke confrontatie vanuit het nieuwe werk, gedurende een bepaalde periode, te vermijden. Wat het beste werkt zal per situatie verschillen; bij de beoordeling daarvan moet met de belangen van de (voormalige) ambtenaar voldoende rekening worden gehouden.hans kl vierkant

Abonneer u op de nieuwsbrief

En ontvang ons laatste nieuws.