UWV aansprakelijk voor gebrekkig deskundigenoordeel

Het deskundigenoordeel

Het zogenaamde deskundigenoordeel speelt een belangrijke rol bij discussies over re-integratieverplichtingen en loondoorbetaling bij ziekte in het arbeidsrecht. Als een werkgever bij de kantonrechter een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens het verwijtbaar niet nakomen van de re-integratieverplichtingen indient, dient hij daarbij op grond van artikel 7:671b, vijfde lid, BW, een deskundigenoordeel te overleggen. Ook als een werknemer een loonvordering instelt, omdat zijn werkgever het loon niet uitbetaald op grond van artikel 7:629 BW, dient hij, op grond van artikel 7:629a BW, een deskundigenoordeel te overleggen aan de rechter. Ook als de werknemer zijn re-integratieverplichtingen niet nakomt en de werkgever om die reden het loon niet betaalt, dient een werknemer een deskundigenoordeel te vragen, als hij een loonvordering instelt.

In dit soort gevallen zijn werkgever en werknemer dus in belangrijke mate afhankelijk van het oordeel van het UWV. Artikel 7:629a, lid 5, BW, zegt dat de deskundige zijn onderzoek onpartijdig en naar beste weten moet volbrengen. Maar wat als de deskundige verzaakt? De rechter is niet verplicht het oordeel van de deskundige te volgen, maar – zoals de rechtbank in deze zaak overweegt – de rechter zal dat oordeel, vanwege de expertise van de opsteller daarvan, in beginsel wel tot uitgangspunt nemen.

Wat speelde er in deze casus?

Bij werkgever ING was een werknemer werkzaam die zijn re-integratieverplichtingen niet nakwam. ING had om die reden het loon al per 1 juni 2019 stopgezet. ING wilde de arbeidsovereenkomst van de werknemer door de kantonrechter laten ontbinden wegens verwijtbaar handelen van werknemer (de zogenaamde e-grond). Daartoe had ING op grond van artikel 7:671b, lid 5, BW een deskundigenoordeel nodig. ING vroeg dit medio 2019 bij het UWV aan. De arbeidsdeskundige van het UWV heeft in het deskundigenoordeel overwogen, dat de re-integratie-inspanningen van werknemer voldoende zijn, omdat hij voor zijn nalatigheid in inspanningen een plausibele grond zou hebben. Dat maakte het voor ING risicovol om een ontbindingsprocedure te starten. Naar aanleiding van het deskundigenoordeel is ING dan ook met werknemer in overleg getreden over een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, onder toekenning van een transitievergoeding van € 99.269,76 en doorbetaling van loon vanaf 1 juni 2019 tot 1 januari 2020.

Daarna heeft ING zich op het standpunt gesteld dat UWV ernstig tekort is geschoten in zijn verplichtingen om een zorgvuldig deskundigenoordeel uit te brengen. ING heeft UWV op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk gesteld voor de daaruit voortvloeiende schade bestaande uit de transitievergoeding en het doorbetaalde salaris.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de arbeidsdeskundige als niet-medicus zelfstandig een oordeel heeft gegeven over de (medische) vraag naar de belastbaarheid van de werknemer. De arbeidsdeskundige heeft nagelaten een verzekeringsarts in te schakelen. Daarmee is de arbeidsdeskundige buiten zijn expertise getreden. Naar het oordeel van de rechtbank is dit ernstig onzorgvuldig en onrechtmatig jegens ING. Daarnaast heeft de arbeidsdeskundige ook nog aangegeven, dat ING er ook voor had kunnen kiezen om alleen over de uren dat werknemer belastbaar werd geacht het loon te stoppen. Deze overweging is echter in strijd met de rechtspraak van de Hoge Raad (HR 6 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1341, JAR 2014/162 (Bannouh/CSU), die zegt dat het recht op loon geheel komt te vervallen als een werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt is en voor het deel dat hij arbeidsgeschikt is, zijn werk ten onrechte niet hervat. Ook op dit punt is het deskundigenoordeel dus evident onjuist.

Omdat het volgens de rechtbank zeer waarschijnlijk is dat een zorgvuldig onderzoek tot een andere conclusie van het deskundigenoordeel zou hebben geleid, is voldaan aan de maatstaf voor het aannemen van het causaal verband als bedoeld in artikel 6:162 BW. De rechtbank komt tot het oordeel dat ING 60% en het UWV 40% van de schade (loondoorbetaling en transitievergoeding) moet dragen.

Abonneer u op de nieuwsbrief

En ontvang ons laatste nieuws.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.